Van Haagse regie naar de praktijk: hoe dichten we de kloof in de ruimtelijke ordening?
Dinsdag 2 juni 2026Met de Ontwerp-Nota Ruimte wil de Rijksoverheid de landelijke regie weer oppakken. Omdat de vraag naar schaarse ruimte in Nederland heel groot is, is die sturing ook hard nodig. De praktijk laat echter zien dat deze landelijke visie nog niet goed aansluit bij de werkvloer. Uit onze recente Ledenraadpleging onder ruim 340 professionals blijkt namelijk dat er een grote kloof zit tussen theorie en praktijk.
De cijfers uit de praktijk
De resultaten uit het onderzoek laten duidelijk zien waar de knelpunten liggen. De belangrijkste cijfers op een rij:
- Bekendheid: Ruim 60% van de respondenten geeft aan de Ontwerp-Nota Ruimte op dit moment helemaal niet te kennen.
- Duidelijkheid: Daarnaast vindt 17% van de respondenten die het document wél kennen, de opbouw of de inhoud onduidelijk voor hun dagelijkse werk.
Het logische gevolg is dat de Nota Ruimte in de regio nog weinig betekenis heeft voor lopende projecten. Slechts één op de vijf professionals gebruikt het document momenteel echt bij de uitvoering
Gevolgen voor gemeenten
Voor gemeenten – die een kwart van onze achterban vormen – is dit een direct probleem. Zij zijn immers de partijen die de woningcrisis moeten oplossen en de energietransitie moeten vormgeven.
Wanneer landelijke plannen in de praktijk lastig te vertalen zijn naar concrete stappen, lopen lokale projecten al snel vertraging op. De Rijksoverheid kan van bovenaf wel bepalen hoe we de ruimte verdelen, maar het succes valt of staat met een soepele vertaalslag naar de gemeentelijke praktijk.
“Grote plannen worden pas echt goed als ze aansluiten op de dagelijkse praktijk op de bouwplaats.”
— Tino Meijn
Samenwerken aan de uitvoering
Om van de landelijke plannen een succes te maken, moeten beleid en uitvoering dus dichter bij elkaar worden gebracht. Grote plannen worden pas echt goed als ze aansluiten op de dagelijkse praktijk op de bouwplaats. Daarnaast moeten ze passen aan de lokale beleidstafels.
Hier ligt een uitgelezen kans voor de centrale overheid om actiever in gesprek te gaan met de regio’s. Door meer de taal van de uitvoering te spreken, ontstaat er een koers waar iedereen achter staat. Het is daarom belangrijk om gemeenten, woningcorporaties, bouwers, ontwikkelaars en vastgoedpartijen al in een vroeg stadium te betrekken. Alleen door echt samen te werken, veranderen we landelijke plannen in een motor voor echte resultaten buiten.
Dit artikel is geschreven door Tino Meijn, Algemeen Directeur van PublicNL.